Onlangs kregen wij een nieuwe keukenvloer. Het pand is in 1921 neergezet, dus we keken dwars de geschiedenis in. De vorige bewoners bleken wat parafernalia in de vloer te hebben achtergelaten. Dus ik deed hetzelfde. Post voor de toekomst.
Ik heb een hekel aan renovaties, maar ik ben wél dol op onverwachte tijdcapsules. Deze spullen dateren van vlak voor de oorlog, te zien aan de datum op de nieuwe boekenlijst van boekhandel De Vijf Vocalen. Een winkel die nota bene van 1679 tot 1977 heeft bestaan. Bijna 300 jaar!

Zeep voor alles
De vroegere bewoners waren dol waren op Sunlight zeep, een multi-inzetbare zeep. Je waste je handen, je lijf en je kleren ermee. Nu hebben we aparte handzeep, douchegel en wasmiddel. We zijn er dus op achteruitgegaan.

Voor de toekomstige bewoners stopte ik ook iets tussen de balken van de vloer: twee publicaties, eentje over de naoorlogse winkelcentra, de ander over sirenepalen. Inclusief een briefje voor de toekomst. Ik kan me verkneukelen over het feit dat er ooit een gesprekje ontstaat als gevolg hiervan. Tussen werklui, en hopelijk ook tussen de nieuwe bewoners. Dat ik daar geen getuige van ben, en misschien niet eens meer leef, doet mijn fantasie gretig op hol slaan.

En het maakt me ook nuchter. Want voor dit huis ben ik slechts een passant. Niet ik heb een huis – nee – het huis heeft mij tijdelijk in haar bezit.
Hoe belangrijk is publiek voor mij?
Publieke erkenning van mijn werk is fijn. Ik glom van trots toen mijn serie over sirenepalen in Volkskrant Magazine werd gepubliceerd. Maar eigenlijk was ik nog trotser op iets waarvan bijna niemand weet dat ik de maker ben. Namelijk dit:

Ik ontwierp dit gevelkunstwerk vorig jaar in opdracht van Woonstad Rotterdam. Mijn naam staat er niet bij. Doet er ook niet toe, het leidt – vind ik – zelfs af. Bovendien: waar zou mijn naam moeten staan?
Het is een zinnetje dat ik gaf aan de stad – mijn stad. En dat zinnetje blijft staan totdat het pand wordt afgebroken. Dat is (hopelijk) ver nadat ik er zelf nog ben. Dat er dan nog mensen zich afvragen waarom die zin daar staat – daar word ik blij van.
Het is natuurlijk net zo goed een vorm van erkenning, maar dan eentje die plaatsvindt in mijn hoofd. En die niet gelinkt is aan het hier en nu. En niet aan mij als persoon. Het gaat mij erom dat iemand – wanneer dan ook – even uit zijn alledaagse gedachten tuimelt.
Tot slot moest ik weer denken aan het boek van Richard McGuire. Het is eigenlijk een soort stripverhaal met nauwelijks tekst. Je ziet 1 plek (een huis) en springt voor- en achteruit in de tijd. Net als in mijn huis onder de keukenvoer gebeurde.