Dit is een geschilderde (!) foto door Gunnel Wålstrand

Pas toen ik er met mijn neus bovenop stond, kon ik het handwerk ontwaren: een paar vlekjes op de verkeerde plek verraden urenlang gepiel (en frustratie). Maar drie stappen achteruit en ik werd weer in dat levensgrote beeld gezogen. Ik heb me nog nooit zo vreemd door een expositie bewogen: constant laverend tussen dichtbij en ver weg, een eindeloze zigzaglijn.

In één van de bijna 40 zalen van het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam vind je een expositie van Gunnel Wålstrand, een Zweedse schilderes. Het is geen grote expositie; er hangen maar 23 werken. Maar ze zijn de moeite waard om zelfs alleen daarvoor naar het Boijmans te gaan.
 

Indische inkt

Wålstrand gebruikt Indische inkt voor al haar werk. Door het aanlengen van de inkt met water, krijgt ze talloze grijsschakeringen en kan ze haar schilderij opbouwen. Noodgedwongen werkt ze van licht naar donker. Het is een onomkeerbaar proces; eenmaal aangebrachte inkt is niet meer weg te krijgen. Sta je met je neus in het schilderij dan zie je schoonheidsfoutjes.

 

© Kronkeling

De aanleiding

Oude familie-albums zijn dankbare tijdcapsules. Dode mensen tonen zich levend en oude mensen blijken ook ooit jong geweest. Voor Wålstrand waren foto’s de enige toegang tot haar vader: hij pleegde zelfmoord toen zijzelf een jaar oud was. Om toch dichtbij hem te kunnen komen – zij het kunstmatig – schilderde Wålstrand de foto’s levensgroot na. Zo ontstond een obsessie die tot vandaag voortduurt en zich uitbreidt naar onderwerpen buiten haar familie.

 

© Kronkeling

Waarom is dit zo bijzonder dan?

Ik vroeg me – al zigzaggend door de zaal – af of dit nou kunst is, en zoja waarom.

Wålstrand kopieert een bestaand beeld binnen een ander medium. Maar het is geen 100% sluitende kopie. De vertaling naar Indische inkt maakt het beeld warmer en levendiger. Daarnaast verandert ze de afmetingen van de originele foto: ze kiest voor een afbeelding van soms van 2 meter hoog. Dat tezamen zorgt voor een beeld dat enerzijds hyperreëel is, en anderzijds eigenlijk béter dan de realiteit.

Kijk bijvoorbeeld naar het portret hieronder, van de moeder van Gunnel Wålstrand (de reflectie is het gevolg van de verlichting in de zaal). De moeder heeft een fluwelen huid. Ze zit licht ineengedoken, haar schaduw zorgt voor een onheilspellende sfeer. Ik denk dat de originele foto sneller had verveeld dan de vertaling van dat beeld naar Indische inkt.

© Kronkeling

Je ziet meer

En dan is er nog iets. Want de wetenschap dat Wålstrand ieder haartje, grassprietje, lichtvlekje en schaduw bewust heeft gezien en nageverfd, zorgt ervoor dat je zelf ook met haar oog gaat kijken. Je ziet ineens de oneindige hoeveelheid grijsschakeringen die een zwart-wit foto bevat.

 

Detail van een grotere afbeelding © Kronkeling

 

Boeken, boeken, boeken

Eén van de kunstwerken is een kopie van een foto die is gemaakt in een bibliotheek. Walstrand heeft idioot veel boeken moeten schilderen – ik werd er bijna moedeloos van toen ik het zag. Ze blijft echter volledig trouw aan de originele afbeelding, óók als daar bewegingsonscherpte in zit. Aan de leestafel links op de foto zit een man dermate driftig te bladeren dat zijn hoofd een waas is geworden. Ook op het schilderij.

 

© Kronkeling

 

Dichterbij komen zonder dat het lukt

Het werk van Wåhlstrand gaat over dichter bij mensen komen via foto’s. Kan dat? Helpt het dat ze de foto’s minutieus ontleedt en opnieuw opbouwt uit inkt? Het is – denk ik – een schijnoplossing. Want er valt nooit méér te vinden dan wat de foto laat zien. Tenzij je er zelf bij was toen de foto werd gemaakt. Dan roept het beeld gevoelens, context en overige herinneringen op. Maar zonder dat blijft het slechts een beeltenis, opgebouwd uit talloze lichtschakeringen.

Hieronder legt ze zelf uit wat voor impact het maken van dit werk heeft op haar relatie met haar vader en moeder:

 

 

Wil je de expositie zelf bezoeken? Dat kan tot en met 24 september in Boijmans van Beuningen.